Onder de Huid van Zwarte Piet

Als Zwarte Piet ooit onschuld bezat, is hij die nu definitief verloren. De vraag is of dat erg is.

Denk aan een goed Sinterklaasgedicht. Humoristisch, bijtend, onder de gordel, de draak stekend met de ontvanger en tegelijkertijd het liefdevolle cadeau omkledend dat het, vaak nog met een kleurrijke surprise, begeleidt. In een Sinterklaasgedicht kan vanachter het masker van Sint of Piet aangekaart worden wat de rest van het jaar met de mantel der liefde bedekt wordt. In zekere zin fungeert de huidige Zwarte-Pietdiscussie op dezelfde wijze. Ze confronteert ons niet alleen met ons matig verwerkte slavernijverleden, maar vooral ook met de xenofobie en het racisme die de laatste jaren bij ons steeds hardnekkiger de kop opsteken.dries_verhoeven_ceci_dag5_willem_populier

Wat lijkt te ontbreken is de humor. Kennelijk vinden de nazaten van slaven het allemaal wat minder grappig dan wij graag zouden willen. Dat wordt gespiegeld in de schokkend racistische internetreacties op de Zwarte-Pietdiscussie. Voor een vermeend niet-racistisch fenomeen lijkt de Zwarte Piet wel verdomd veel racistische vrienden te hebben. Ook hier lijkt humor en verbeelding schaars. Waar vinden wij de schelm die al deze ego’s door weet te prikken? Zwarte Piet is precies zo’n schelm, maar wel met een achterhaald kostuum.

Vroeger was traditie een vloeibaar gegeven. Hoe een bepaald feest gevierd werd verschilde per dorp, stad, of zelfs decennium. Het idee van Sinterklaas als een nationaal feest kon pas wortelschieten toen het idee van de natie als ijkpunt van identiteit stevig verankerd was geraakt. De huidige vorm van Zwarte Piet (samen met de stoomboot) werd pas tot ‘nationaal erfgoed’ op de stroom van het negentiende-eeuwse nationalisme, kort voordat Nederland als laatste land in Europa de slavernij had afgeschaft.

schenkman1906De Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman, wiens populaire uitgaven over Sinterklaas door velen gezien worden als de codificatie van Zwarte Piet als negerpage, was zelf lid van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, een sociëteit die onder andere afschaffing van de slavernij nastreefde. Het heeft dan ook iets tragisch dat Schenkman de op dat moment actuele beeldtaal koos van een op het dek van een ronkende stoomboot heen en weer huppelende negerknecht. Had deze vermeende abolitionist dan toch bepaalde raciale stereotypen in zijn systeem zitten? Ondanks al zijn ongetwijfeld goede bedoelingen schiep hij hoe dan ook een beeld dat helaas maar al te gemakkelijk misbruikt kan worden. Schenkman was een product van zijn tijd; geen Multatuli, maar ook geen Mussert.

Voor de tijd van Schenkman bestond er een wijde variatie aan tradities, waarvan we de uitlopers bijvoorbeeld kunnen zien in het magistrale fotoboek ‘Wilder Mann’ van Charles Fréger, of de documentaires en boeken van Arnold-Jan Scheer. Deze tradities dreven niet de spot met mensen van Afrikaanse afkomst (overigens: wij komen allemaal uit de hoorn van Afrika, oorspronkelijk), maar getuigden veeleer van een diepe (vergeef me) sint-these tussen christendom en oudere animistische gebruiken. Terugkerende thema’s hierin zijn vruchtbaarheid (strooien, zaaien), reiniging door spot of (al dan niet symbolisch) slaag, en roetvermommingen als vereenzelviging met de Wilder Mann zwarte pietendoden en de schaduw van de winternacht. Sint&Piet vormen een laatste collectieve echo van een traditie die onze band (of strijd) met de levende natuur vormgeeft; een band die in de loop der tijd inderdaad steeds meer op onderdrukking is gaan lijken.

Ooit smeerden Kelten en Germanen zich rond midwinter in met roet en as om zich uit eerbied voor de bezielde natuurlijke wereld te veranderen in krachtdieren zoals rendieren, geiten of wolven. Later werden deze wezens door Rome als duivels geketend door een beruchte hardliner onder de kerkvaders, die daarmee de plaats van de populaire sjamanen- en reizigersgod Wodan innam: Sint Nicolaas. Zo werd dierlijkheid van heilig tot duivels gemaakt en onder leiding van een Roomse patriarch gesteld. Door filosofen als Aquino en Descartes werd het dier gereduceerd tot een object dat geen ziel had en derhalve straffeloos geëxploiteerd mocht worden. Ten slotte werden slavernij en kolonialisme ethisch verantwoord door ‘wetenschappelijk’ te bewijzen dat ‘negers’ dichter bij die dierenwereld stonden dan bij ‘ons’.

Misschien roept de zwartheid van Piet daarom aan beide zijden wel zo veel emotie op: deze weerspiegelt hoe we stap voor stap vervreemd zijn geraakt van onze eigen compassie en onze eigen wilde natuur, die ons tegelijkertijd blijft wenken. Toch werd de wildheid nooit volledig onderworpen. Nog tot in de negentiende eeuw raasden er lawaaierige Zwarte Sinterklazen met schoorsteenkettingen over de straten van Amsterdam, de Veluwe en Friesland, bonzend op ramen antirookmagieren deuren. In de jaren ’60 modelleerde Antirookmagiër R.J.Grootveld zich naar een sjamanische Zwarte Piet, roepend om de komst van Klaas, en ontketende zo de ludieke Provo-revolutie. Wie de verscheidene Sinterklaas-tradities op de Waddeneilanden bekijkt, ziet nog steeds fascinerende gemaskerde gebruiken die veel ouder lijken dan de hardhandige bisschop van Myra.

De strijdende partijen in de Zwarte-Pietdiscussie spiegelen elkaar in meer opzichten. Allen beroepen zich op de eigen objectiviteit en op het gebrekkige historische bewustzijn van hun opponent. De activisten van ‘Zwarte Piet Is Racisme’ claimen dat Zwarte Piet een racistische uitvinding is waarvan de wortels niet verder teruggaan dan de negentiende eeuw. Hun tegenstrevers van st. Nationaal Sint Nicolaas Comité zijn nog een tandje radicaler. Alle historische verbanden achten zij, getuige hun brochure ‘Het Verhaal van Zwarte Piet’ in wezen even onbelangrijk, of het nu gaat om verwante tradities over de grens, Wodans wilde jacht, de blackface-tradities in de Verenigde Staten of zelfs de historische bisschop van Myra. Zij lijken te poneren dat de moderne Sint en Piet (die dus nadrukkelijk wel Afrikaans is, maar geen slaaf, neen, ‘gelijkwaardig’ aan de Sint) gezellige inhoudsloze sprookjesfiguren zijn die volledig op zichzelf staan en juist hun identiteit ontlenen aan de manier waarop ze zich aan de tijdsgeest aanpassen, zolang… dat maar niet aan de kleur van Piet raakt.

Arnold-Jan Scheer graaft in zijn jarenlange onderzoek juist de heidense wortels van onze 7c wild geraasgekerstende winterfeesten uit. Hij poneert dat wij door ons zwart te verven op eenzelfde manier contact leggen met onze voorouders als zwarte mensen in bijvoorbeeld de Winti-cultus dat doen door zich wit te verven. Vervolgens maakt hij de sprong dat er daarom historisch noch praktisch verband tussen de Zwartheid van Piet en racisme kan zijn. De vraag is of deze positie, zoals eigenlijk de meeste posities in deze discussie, voldoende recht doen aan de complexiteit van de realiteit, en de legitieme diepgewortelde gevoelens aan alle zijden. Als de talloze beeldverwijzingen naar ons koloniale verleden irrelevant zijn, waarom zijn die er dan nog?

Een verwante vraag is waarom deze etterpuist juist op dit moment tot ontploffing komt. Geheel toevallig lijkt het niet, dat de Zwarte-Pietdiscussie samenvalt met de implosie van het sociale contract in heel Europa, en de daarmee samenhangende implosie van het Nederlandse narratief van tolerante progressieve poldermaatschappij. Toen de Nederlandse onderlaag van de bevolking nog de zekerheid van een sociaal vangnet had, een ambachtelijke beroepsopleiding, een sociale huurwoning, een pensioen, de degelijkheid van de gulden, beslissingen die nog niet in Brussel maar in Den Haag genomen werden en een sociaaldemocratie die daarom nog iets in de melk te brokkelen had, toen was de ruil zwarte amsterdammerduidelijk: wij dienen te geloven in het verhaal van de tolerante multiculturele samenleving op straffe van het stempel ‘fascist’ op ons voorhoofd, maar dan mogen we wel onze gekke tradities uitleven. Dat was ook niet zo’n probleem, want door die politiek correcte norm was het net alsof wij racisme sowieso voorbij waren. Zwarte Piet leek dus een onschuldige reliek, losgezongen van ons bezoedelde verleden, schoongewassen in het sop van de progressieve jaren ’60 en ’70 die en passent de sjamanische roe eruit smeet als autoritair. Natuurlijk werd er af en toe kritiek op geuit, maar die resoneerde niet met wat er speelde in de samenleving. Wellicht was toen het klimaat zelfs soepeler geweest om de traditie nog diepgravender te transformeren, maar dat sop was destijds kennelijk de kool niet waard. Toch heette het toen al onder zwarte Nederlanders: Zwarte Piet is Zwart Verdriet.

Vandaag de dag leven wij in een samenleving waarin opeenvolgende generaties politici alles op losse schroeven hebben gezet. Grof gesteld is de samenleving onder onze reet uitverkocht, oftewel: geliberaliseerd. De pensioenen verdampen, wat er nog over was van de verzorgingsstaat wordt wegbezuinigd om banken overeind te houden, de banen flexibiliseren, de uitverkoop van de sociale huurvoorraad drijft de onderkant van de huurmarkt de armen van antikraakburo’s in, Brussel regeert in een democratisch vacuüm onder het juk van machtige lobbies (het TTIP-verdrag is het meest recente voorbeeld) en Den Haag stuntelt met de hete adem van Wilders in de nek. Nu rijst de vraag: als het niet de tolerantie, de vrijheid of de diversiteit is, wat maakt ons dan nog tot Nederland? Welke rituelen binden onze gemeenschap(pen) nog aaneen? Ondeugend, excentriek, akrobatisch, exotisch, een beetje anti-autoritair: Zwarte Piet? Als niet hij, wie dan?

De clown is in talloze culturen een belangrijke figuur die daar optreedt waar autoriteiten zich te zeker voelen van hun zaak. Kijkend in de zwarte spiegel van Sint en Piet zien wij de maatschappelijke verhoudingen die wij zelf gecreëerd hebben. Sinterklaas als steenrijke christelijke patriarch, ringen aan zijn vingers, hoog op zijn paard, is daarbij niet minder problematisch dan de Pieten aan zijn voeten. Het wordt tijd dat wij de implicaties van onze beeldtaal serieus nemen.

Er is niets onschuldigs aan clownerie. Dat bewijzen professionele clowns als Wilders en Berlusconi, die hun macht ontlenen aan een gevaarlijk mengsel onder hun kiezers van terechte afkeer van de elite die hen in de steek liet en de zoektocht naar een zondebok die de aandacht afleidt van dieperliggende economische machtstructuren. Op die manier zorgen zij dat de autochtone en allochtone onderlaag hun xenofobische pijlen op elkaar blijven richten in plaats van op de vrije markt-ideologie die voor een belangrijk deel hun groeiende maatschappelijke uitsluiting veroorzaakt, met groeiend fascisme en salafisme tot gevolg.

Evenmin is Zwarte Piet een onschuldig figuur. Dat moet hij ook niet zijn. Hij geeft juist van jongs af aan een rituele plek aan onze omgang met dezelfde angsten die Wilders uitbuit: de nacht, de winter, de wilde natuur, de onbekende (’t is een vreemdeling zeker…), de traagheid, het naar binnen gaan, juist die zaken die in onze maatschappij weg worden gestopt in mensonterende Bajesboten, achter zeeën van LED-lichtjes en plasmaschermen, achter aardbeien in de winter, en onder de voet gelopen door de wilde jacht op gadgets en charles_freger_wilder_mann_2010-2011_0019_sos_colonganosfacebook-likes. Zwarte Piet is op dit moment gemodelleerd naar een Afrikaanse huisslaaf, ook als wij, blanke Nederlanders, hem als enige in de wereld niet zo zien. Dat zou minder moeizaam zijn als de Nederlandse regering nu eindelijk verantwoordelijkheid nam voor ons nationale slavernij-verleden. Dat betekent dat de traditie moet transformeren, zoals tradities zich altijd getransformeerd hebben. Daar is dezelfde collectieve openheid en creativiteit voor nodig die de rest van het Sinterklaasfeest met zijn gedichten en surprises zo tekent. Een teruggraven naar de oeroude bronnen van al die vreemde elementen die dit feest zo kleurrijk maken kan daarbij alleen maar verrijken. Zolang wij dat niet doen, en tevens geen fundamentele veranderingen ondernemen aan de mechanismen binnen economie en maatschappij die ongelijkheid en racisme in stand houden, is er niets onschuldigs aan, datgene door te geven aan onze kinderen waarvan wij ons leven lang niet zagen dat het in deze vorm precies dat was: negertje spelen.

Het is tijd voor Piet om zijn ketenen te breken. Het is tijd voor de terugkeer van Zwarte Klaas.

Sieger Baljon is performer-theatermaker, oprichter van performance groep sjamandada en sinds 2014 mede-initiatiefnemer van de Intocht van Zwarte Klaas in Amsterdam. www.sjamandada.org

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s